
AAN DE TOP - II
Identificatie
Aan de top
I Eenzaamheid
II Identificatie
III Verantwoordelijkheid
IV Hiërarchie
V De selectie-paradox
Van de vijf krachten in deze reeks is dit de minst besproken, en waarschijnlijk de meest bepalende. Eenzaamheid voel je uiteindelijk. Op een gegeven moment merk je het, en kun je het benoemen. Identificatie niet. Die blijft bijna altijd buiten beeld, en daar is een goede reden voor.
Identificatie is een proces dat continu doorgaat, maar onbewust. Het is de geleidelijke versmelting van wat je doet met wie je bent. En je merkt het niet, om een simpele reden: er is geen moment waarop het gebeurt. Het verschuift millimeter voor millimeter, jarenlang, en elke dag lijkt op de vorige. Je kunt niet wijzen op de dag waarop je werk een deel van jou werd, net zomin als je kunt wijzen op de dag waarop je ouder werd. Daarom is reflectie op dit punt zo uitzonderlijk lastig. Het is je blinde hoek: niet iets wat je over het hoofd ziet, maar iets wat je niet kúnt zien, omdat je ernaar kijkt met precies datgene wat is veranderd.
Wie de hoogste niveaus haalt, komt daar bijna altijd door jarenlange, intense toewijding aan het werk. Die toewijding is geen toeval en geen zwakte. Ze is precies wat het niveau mogelijk maakt. Maar ze heeft een keerzijde die zelden wordt benoemd. Op een gegeven moment zijn 'wat ik wil' en 'wat ik goed kan' zo lang hetzelfde geweest dat het onderscheid verdwijnt. Niet met een klap. Gewoon als een vraag die je jezelf op een dag niet meer stelt.
Hoe het werk een deel van je wordt
Dit gaat niet over ego of ijdelheid. Het zit dieper, in de manier waarop je brein zichzelf opbouwt.
Het werkt zo. Waar je je aandacht steeds op richt, gaat je brein gebruiken om te bepalen wie je bent. De delen van je brein die aangaan wanneer je over jezelf nadenkt, zijn grotendeels dezelfde delen die aangaan wanneer je bezig bent met anderen en met je werk. Met andere woorden: waar je veel mee bezig bent, wordt vanzelf onderdeel van hoe je jezelf ziet. En bij werk dat je volledig opslokt, gaat dat verder dan bij werk dat je op afstand houdt. De deals, de organisatie, de resultaten komen niet alleen in je agenda terecht. Ze komen in je zelfbeeld.
De psychologie wist dit al voordat er hersenscans waren. Waar je dagelijks op steunt, gaat deel uitmaken van je innerlijke houvast, ook als het buiten jezelf ligt. Een rol, een bedrijf, een levenswerk kan zo gaan voelen als een verlengstuk van jezelf. Dat is normaal. Het verklaart alleen wel waarom een klap voor het werk kan aankomen als een klap voor de persoon.
Waarom je het niet ziet
De meeste blinde vlekken kun je leren zien. Iemand wijst je erop, je herkent het, je corrigeert. Bij identificatie ligt dat anders, en het is de moeite om uit te leggen waarom.
Een blinde vlek over je werk voelt als een blinde vlek over je werk. Een verkeerde inschatting, een stuk informatie dat je miste, iets buiten jezelf wat je kunt rechtzetten. Maar wanneer werk en zelf zijn samengevallen, voelt diezelfde blinde vlek niet meer als iets over je werk. Hij voelt als een vraag over wie je bent. En zulke vragen duw je weg, niet uit onwil, maar omdat er iets op het spel staat wat bij een gewone werkkwestie niet meespeelt: jijzelf.
Je merkt het daarom eerder aan signalen dan aan inzicht. Een exit waar je je hele loopbaan naartoe hebt gewerkt, en die eenmaal bereikt eerder leeg aanvoelt dan bevrijdend. Een verloren deal die harder binnenkomt dan de cijfers verklaren. Het langzaam verdwijnen van het verschil tussen 'dit wil ik' en 'dit kan ik goed'. Geen van die dingen vraagt luid om aandacht. Ze zijn er gewoon, en meestal schuif je ze opzij, omdat de stilte eromheen normaal is geworden.
Wat het kost, en wat niet
Hier is een misverstand snel gemaakt, dus het is goed om het scherp te zeggen. Identificatie is geen probleem dat je moet oplossen. De toewijding die eraan ten grondslag ligt, is dezelfde toewijding die je goed maakt in wat je doet. Wie haar zou wegnemen, neemt ook weg wat het niveau mogelijk maakt.
De kost zit niet in de identificatie. Die zit in het niet kunnen zien ervan. Zolang je je oordeel over een situatie niet kunt losmaken van je gevoel over jezelf, wordt elke beslissing zwaarder dan nodig. Tegenslag wordt bedreiging. Kritiek op het werk wordt kritiek op jou. En de helderheid waarmee je vroeger naar een vraagstuk keek, raakt juist daar vertroebeld waar het je het meest aangaat. Niet omdat je minder scherp bent geworden, maar omdat je te dichtbij staat om scherp te kunnen kijken.
Wat helpt is niet afstand nemen van je werk. Het is het herstellen van één onderscheid: het verschil tussen je oordeel over een situatie en wat die situatie over jou lijkt te zeggen. Dat is alleen moeilijk zelf te doen, en wel om exact dezelfde reden dat je het niet ziet. Degene die het onderscheid zou moeten maken, is degene bij wie het is vervaagd. Daarom vraagt het iemand van buiten. Niet iemand die je toewijding afremt, maar iemand die het verschil terugbrengt tussen jou en je werk.
Dit was de tweede van vijf krachten. Waar identificatie van binnenuit werkt, in hoe je jezelf opbouwt, werkt de volgende van buitenaf: het gewicht van verantwoordelijkheid, en wat het met je doet om iets te dragen dat je met niemand kunt delen.
